Nieuwe wet DBA laat administratie ontploffen en verhindert continuïteit

De aankomende nieuwe wet DBA zal zoals deze op dit moment is vorm gegeven veel invloed gaan hebben op de inrichting van de huisartsenzorg. Zowel voor de praktijkhoudende als de waarnemende huisarts. Hoewel nog niet alles duidelijk is zal het ons als huisarts zeker twee dingen opleveren; meer administratie en minder mogelijkheden tot continuïteit van zorg.

En nu? Horen we jullie denken. Maar gewoon wachten wat er op ons af gaat komen? NEE! Laten we ons als huisartsen gaan laten horen! Je kan namelijk nog meedenken over de invullingen van de aankomende nieuwe wet DBA!

Onderstaand geven we een overzicht: Wat houdt de wet DBA in, hoe grijpt deze in op jouw werkwijze en wat betekent dit voor de kwaliteit van de zorg? En het belangrijkste, wat kan JIJ nog doen? 

Wat is de huidige wet DBA?

Waarnemend huisartsen (WH) en praktijkhoudende huisartsen (PH) zijn samen verantwoordelijk voor de arbeidsrelatie die zij met elkaar aangaan. Er moet voor een opdracht duidelijk zijn dat er geen sprake is van een loondienst. De belastingdienst beoordeelt dit aan de hand van drie criteria:

  • Ben je verplicht tot persoonlijke arbeid? M.a.w. kan alleen jij dit werk doen?
  • Is er een gezagsverhouding tussen jou en de opdrachtgever?
  • Krijg je loon? Bijvoorbeeld vast loon per maand en wordt je ook betaald als je ziek bent?

Is het antwoord op alle vragen ‘ja’, dan ben je in loondienst. In alle andere gevallen ben je zelfstandige. Als je op alle antwoorden ja kan antwoorden maar toch als zelfstandige werkt, dan wordt dit schijnzelfstandigheid genoemd. Je opdrachtgever moet dan loonheffingen inhouden en betalen. In een modelovereenkomst van de Belastingdienst kun je de afspraken die je onderling maakt vastleggen. Je moet dan in de praktijk wél werken volgens deze afspraken. Ook bevat de huidige overeenkomst een verdere uiteenzetting waarom er geen gezagsverhouding is tussen praktijkhouder en waarnemer.

Tot 1 januari 2021 is de handhaving van deze wet DBA uitgesteld. Wel handhaaft de Belastingdienst bij kwaadwillenden.

Wat is het voorstel van de opvolger wet DBA?

Het idee is om zzp’ers in drie categorieën in te delen op basis van het uurloon:

  • Bij een zeer laag tarief gaat een verplicht minimumtarief gelden van € 16.
  • Van 16-75 euro zal een webmodule samen ingevuld moeten worden. De vragen zijn nog niet bekend.
  • Bij een tarief ≥ € 75 euro komt er een opt-out regeling, die het een stuk eenvoudiger moet maken om zaken te doen. De opdrachtduur is hierbij max 1 jaar.

Recent heeft de overheid hiervoor twee wetten gepresenteerd. De wet Minimumtarief Zelfstandigen (WMZ) en de wet op de Zelfstandigenverklaring. 

De wet Minimumtarief Zelfstandigen (WMZ)

Het doel van deze wet is om de zzp’er in de eerste categorie te beschermen. Elke zelfstandige moet echter voor het aangaan van een opdracht een offerte uitbrengen. Daar moet de vergoeding (van minimaal € 16) staan die de zzp’er waarschijnlijk gaat ontvangen, de kosten die de zzp’er zal maken en het aantal uren dat voor de opdracht staat.

Wet op de Zelfstandigenverklaring

Zzp’ers die meer dan 75 euro per uur verdienen kunnen een zelfstandigenverklaring gaan gebruiken. Het is dan zeker dat er geen premies voor werknemersverzekeringen en loonheffing afgedragen hoeven worden.

Waarnemend huisarts loopt meer risico

De meeste waarnemers vallen op dit moment onder de tweede categorie. Voor de toekomst brengt dit risico’s met zich mee. Zo zal je een webmodule in moeten vullen die beoordeelt of er sprake is van schijnzelfstandigheid. Een belangrijk criterium hierin is de gezagsrelatie. Aanwijzingen voor een gezagsrelatie is onder andere het aansturen van medewerkers en of als er collega’s zijn die hetzelfde werk in loondienst uitvoeren. Als deze vragen in de module worden gesteld, zal je hier eerlijk antwoord op moeten geven. Er is dus niet, zoals in de huidige overeenkomst, een toevoeging of uitzondering voor huisartsen mogelijk. Er zal dus onvoldoende zekerheid gevonden worden in categorie 2 aangezien er niet kan worden voldaan aan de criteria voor de gezagsrelatie. 

In categorie 3 maak je gebruik van een opt-out regeling en loop je minder risico. Dit is vergelijkbaar met de huidige situatie. De waarnemer weet dan zeker dat hij geen premies voor werknemersverzekeringen hoeft af te dragen en de opdrachtgever weet dat hij niet achteraf loonheffingen moet betalen. Het uurtarief zal dan wel stijgen tot minimaal € 75. We zien nu al dat bemiddelingsbureaus hun tarieven hierop aanpassen.

Gevolgen voor de praktijk

Een recente peiling onder ruim 300 waarnemend huisarts laat zien dat 46% van de huisartsen waarnemer blijft bij handhaving van de nieuwe wet DBA. Deze groep zal het tarief fors moeten verhogen om aan de criteria van de wet te voldoen en daarnaast zijn duurwaarnemingen van langer dan 1 jaar onmogelijk. Maar liefst 11% koos voor de optie “anders”, waarbij veelal werd aangegeven dat de wet DBA een reden is om te stoppen met het werken als huisarts. De opvolger van de wet DBA baart ons ernstig zorgen en schiet haar doel voorbij. 

De gevolgen voor de praktijk zullen overigens niet alleen maar negatief zijn. 19% van de waarnemend huisartsen waarbij er op dit moment al sprake is van schijnzelfstandigheid, zal in loondienst gaan en 24% overweegt praktijkhouderschap. Dit zal de continuïteit van zorg ten goede komen. Bovendien is het op dit moment, in met name de randstad, niet altijd makkelijk om als waarnemend huisarts een praktijk over te nemen of deel te worden van een maatschap. De hoop is dat deze wet daar meer ruimte voor zal bieden.

Hoe dan wel? Arbeidsrelatie in de zorg vraagt om maatwerk

De arbeidsrelatie van de waarnemend huisarts onderscheidt zich op verschillende manieren van andere zelfstandigen. Zo stuurt een waarnemend huisarts andere medewerkers aan (doktersassistente), dit is ook vastgelegd in de Wkkgz. Vaak werkt een waarnemend huisarts meerdere jaren op verschillende praktijken omdat dit de continuïteit van de zorg ten goede komt. Praktijkhoudende huisartsen en patiënten hebben behoefte aan een dokter die continuïteit kan bieden en zowel de organisatie als de patiëntenpopulatie kent. De waarnemend huisarts valt in gedurende de vakantieperiodes, griepepidemie, zwangerschapsverlof, ziekte etc. Kortom, werken in de zorg vraagt om maatwerk als het gaat om de beoordeling van de arbeidsrelatie.

Het ligt voor de hand om te veronderstellen dat dit werk ook verricht zou kunnen worden in loondienst, niks is echter minder waar. Er is altijd een groep waarnemend huisartsen nodig  die kunnen bijspringen of juist kunnen afvallen waar nodig. Dit in schril contrast met de huisarts in loondienst.

Extra administratieve lasten betekent minder tijd voor patiëntenzorg.

Met initiatieven zoals “Het Roer Moet Om” en “Ontregel de Zorg” proberen we de administratiedruk in de zorg terug te dringen. Deze voorgestelde wet Minimumtarief Zelfstandigen (WMZ), waarbij voor iedere opdracht opnieuw een offerte met een inschatting van het aantal uren gemaakt moet worden, zorgt opnieuw voor onwenselijke administratieve rompslomp. Dit gaat ten koste van de tijd die wij als huisarts hebben voor patiëntenzorg. Daarnaast is het overduidelijk dat de beroepsgroep niet beschermd hoeft te worden voor een minimumtarief. Het dient daarmee geen enkel doel. In een tijd waar het water ons al aan de lippen staat is dit onacceptabel.

Het moet anders

Doe recht aan de sector! De overheid moet bijdragen aan het ontregelen van de zorg en vertrouwen in de integriteit van de huisarts. Stel heldere, zorgspecifieke criteria die de gevreesde schijnconstructie kan voorkomen. Laat waarnemend huisartsen maximaal 2 jaar werken op verschillende praktijken zonder tussenperiode. Daarnaast moeten waarnemend huisartsen leiding en toezicht kunnen geven, in lijn met de Wkkgz. Deze maatregelen zijn in het belang van de patiëntenzorg en dragen alleen maar bij aan verdere degradatie van de zorg.

Hoe kan ik als huisarts bijdragen om deze wet te stoppen?

De overheid heeft een internetconsultatie geopend om feedback te verzamelen over de wet Minimumtarief Zelfstandigen (WMZ) en de wet op de Zelfstandigenverklaring. Deze kans moeten we met beiden handen grijpen!

“Als huisarts ben ik tegen een verplichte offerte. Dit brengt mij extra administratieve last die ten koste zal gaan van de tijd die ik heb voor patiëntenzorg. Het spreekt voor zich dat het doel van deze wet, namelijk het beschermen van het minimum inkomen, niet van toepassing is voor huisartsen. Deze wet dient daarmee geen enkel doel. Deze wet staat haaks op het initiatief om de zorg te ontregelen. 

Als huisarts ben ik tegen de wet op de Zelfstandigenverklaring. Het dwingt de waarnemend huisarts om het uurtarief te verhogen om de administratieve rompslomp te beperken en om minder risico te lopen of loonheffingen. Het draagt niet bij aan het terugdringen of voorkomen van schijnconstructies. De arbeidsrelatie van de waarnemend huisarts onderscheidt zich op verschillende manieren. Zo stuurt een waarnemend huisarts anders medewerkers aan (doktersassistente), dit is ook vastgelegd in de Wkkgz. Daarnaast werkt een waarnemend huisarts vaak meerdere jaren op verschillende praktijken omdat dit de continuïteit van de zorg ten goede komt. Praktijkhoudende huisartsen en patiënten hebben behoefte aan een dokter die continuïteit kan bieden en zowel de organisatie als de patiëntenpopulatie kent. De waarnemend huisarts valt in gedurende de vakantieperiodes, griepepidemie, zwangerschapsverlof, ziekte etc. Kortom, werken in de zorg vraagt om maatwerk als het gaat om de beoordeling van de arbeidsrelatie. De eerstelijnsgeneeskunde kan niet functioneren zonder zelfstandige huisartsen. “

Doe mee aan de discussie

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.